In februari dit jaar speelde ik tegen Harm Wiersma. Het was onze vierde ontmoeting. Slechts een partij tussen ons was niet echt interessant, maar de drie andere wel. Ik zou dit artikel dus moeten noemen: "Drie clashes tegen Harm Wiersma".
Dat komt overeen met twee stukjes die ik ooit wilde schrijven: "Drie winnende combinaties tegen Raimondas Berchis" en "Drie winnende eindspelen tegen Alexander Baljakin".
Helaas liet ik na mijn haastige vertrek naar Nederland al mijn dammaterialen thuis. Een van de gasten die daar tijdelijk woonde, vond het niks en gooide alles weg. Spullen van onschatbare waarde: partijen, damcomposities, analyses, brieven, tijdschriften, medailles, bekers en diploma’s van mij en mijn vrouw.
We zijn inmiddels twintig jaar verder, maar de pijn van dit verlies voel ik nog steeds. Een van de verdwenen notaties was de partij uit het kampioenschap van Wit-Rusland 1988 tegen Baljakin, een van mijn mooiste partijen ooit. Helaas kan ik me die partij alleen in grote lijnen herinneren, en zo ligt mijn idee voor dat artikel nog steeds in de koelkast. Al mijn pogingen om deze partij terug te vinden, bleven tot op heden zonder succes.
Maar terug naar mijn ontmoetingen met Wiersma. Waar onze partijen uit 1992 en 1995 barstten van varianten en berekeningen, bevatte die uit 2025 veel meer psychologie en redeneringen.
Omdat lezers eigenlijk altijd liever inhoudsrijke duels met varianten en mooie combinaties zien, heb ik geen keus om hieraan tegemoet te komen. Daarom bevat dit artikel drie partijen in plaats van een.
Inhoudsopgave
1992 Presman-Wiersma, Brunssum Hoofdgroep (hieronder te zien)
1995 Wiersma-Presman (Wit-Rusland-Nederland)
2025 Wiersma-Presman (Nationale Clubcompetitie, Ereklasse)
Onderstaande boeiende partij werd gespeeld in de grootmeestergroep van het internationale toernooi in Brunssum. (Jonge lezers weten vermoedelijk niet eens dat zoiets bestond. Eigenlijk weten ze mogelijk zelfs niet dat er invitatierondtoernooien bestonden. Quiz voor de lezers: wanneer en waar werd voor het laatst zo'n toernooi gehouden?)
Toen ik na de partij werd gevraagd of ik niet bang was om tegen de grote Wiersma te spelen, antwoordde ik: "Als het je jongensdroom was om ooit eens tegen Wiersma te mogen dammen, ga je niet –als je droom eindelijk in vervulling gaat– schijven ruilen om remise te bereiken."
Niet dat ik de wijze mentor wil spelen, maar zo was mijn insteek. Het leverde pijnlijke nederlagen op, maar ook overwinningen die je carrière sieren. (Met een knipoog richting de jonge garde.)
Maar goed, nog een kleine niet-damtechnische inleiding verdient deze partij ook. Een paar dagen na dit toernooi zouden wij (Gantwarg, Vatoetin en ik) als team van Wit-Rusland naar Italië vertrekken voor de Olympiade (het wereldkampioenschap voor teams). De Sovjet-Unie was net uit elkaar gevallen en er was nog veel chaos. Instellingen (ook sportieve) werden ineens van regionaal gepromoveerd tot landelijk en waren nog niet gewend om zo te functioneren. Kortom, wij zaten in Brunssum zonder transitvisum en zonder geld en eigenlijk zouden wij gewoon niet naar Italië kunnen komen.
Ik ga hier niet op de details van dit avontuur in – dat alleen zou genoeg zijn voor een klein boekje. Maar ik wil alleen vermelden dat het ons, mede dankzij de hulp van Wiersma, uiteindelijk toch is gelukt om onze reis te regelen. Wiersma was zelf trainer van het Nederlandse team; door ons te helpen, hielp hij ook een van de concurrenten. Deze sportieve geste is zonder twijfel een Fair Play-prijs waard en ik ben hem er nog oprecht dankbaar voor.
In Italië werden we met het team van Wit-Rusland wereldkampioen – de belangrijkste en meest eervolle trofee van mijn lange damcarrière.
Over naar de techniek.