Onze tweede partij werd gespeeld in de interland Wit-Rusland - Nederland. Die werd gehouden in Minsk. De Nederlandse ploeg was toen gewaagd aan de Wit-Russische. We hadden in 1994 een wedstrijd gespeeld in Rotterdam, en dit was de returnwedstrijd. In de laatste ronde moest ik het opnemen tegen Wiersma, en het werd een bijzondere partij.
Eigenlijk was alles wat Wiersma deed strategisch gezien volledig correct; hij speelde positioneel vlekkeloos. Terwijl wat ik deed, dat absoluut niet was. Maar op het moment suprême leek het toch in mijn voordeel te werken.
Er was ook een moment in de partij waar ik een mooie remisecombinatie had voorbereid op de meest logische witte zet. Wiersma zag het niet en dacht dat ik gewoon twee-om-twee zou ruilen. Maar de mooie combinatie berekende hij niet.
Achteraf had ik eigenlijk het gevoel dat mijn overwinning mede daardoor terecht was. Als je niet één, maar twee keer de stand beter kunt berekenen dan misschien wel het grootste rekenwonder van de damwereld, verdien je de overwinning.