Het Nijmegen Open had een schitterend deelnemersveld: onder de 123 dammers bevonden zich zeven spelers van de top-8 van het afgelopen WK en ook Alexander Shvartsman. Zijn optreden in deze World Cup onderstreept zijn klasse nog maar eens: hij won na een spannend toernooi met 15 uit 10 voor Jan Groenendijk (zelfde score) en Jitse Slump (14 uit 10). Daarna volgden met evenveel punten Sipma, Valneris, Boxum, Van IJzendoorn, Dolfing en Fofana. Na zes partijen stonden Shvartsman, Groenendijk en Sipma gedeeld bovenaan met +4, maar toen Shvartsman boekte direct een belangrijke zege op Johan Krajenbrink. In ronde 9 kwam Groenendijk langszij maar beet daarna zijn tanden stuk op Matheo Boxum, die ditmaal soeverein overeind bleef en zelfs aan winst mocht denken.
De weerstandspunten vielen uit in het voordeel van Shvartsman, die maar wat blij was met zijn zege. Ere wie ere toekomt, hij speelde ook wel sterk: niet alleen versloeg hij Krajenbrink en Boxum, ook tegen Martijn van IJzendoorn had hij de winst voor het oprapen toen deze een verwoede poging deed om nog op het podium te komen. De jonge Matheo Boxum revancheerde zich voor een mislukt toernooi in Riga: hij trok elke partij onvervaard ten strijde en scoorde goed – waaronder tegen Dolfing - alleen tegen Shvartsman ging het deze keer mis.