Nu het WK in Kameroen is afgelopen blijven alleen de partijen en herinneringen over, die ik graag wil delen. Van tevoren leek het toernooi een groot avontuur te worden; in werkelijkheid was het goed toeven op een sportcomplex net buiten de hoofdstad Yaoundé. Het plan was eerst om in een grote tent op het terrein te spelen, maar een bestuurlijke interventie voorkwam dat: het is regenseizoen en het onweer zou gevaarlijk kunnen zijn. Het restaurant werd daarom omgebouwd tot speelzaal met als enig ongemak dat de elektriciteit wel eens uitviel. Met kenmerkende inventiviteit werd spontaan overgegaan op bijschijnen met telefoonzaklampen, omdat de duisternis al vroeg intrad.
Het gebrek aan Kameroeners in de finale was de enige smet op het toernooi: Jean Marc Ndjofang haalde wel een goede score in de voorronde, maar zat in de sterkste poule en redde het daarom niet; de anderen kwamen speelkracht te kort. Daardoor werd de energie van organisatie en interesse van toeschouwers wel wat minder. De overvloed aan Nederlanders in de finale was jammer, maar onvermijdelijk met de sterke afvaardiging; de FMJD is al aan het kijken naar een nieuwe opzet voor de komende WK’s. Daarbij moet ook gekeken worden naar de kosten voor de deelnemers, omdat die ook een rol spelen in het afzeggen van veel buitenlandse spelers.
De volgende WK-match wordt wel een Nederlands onderonsje: naast de wereldtitel stond ook een ticket voor de match op het spel en die ging naar Jitse Slump, die tweede werd achter Jan Groenendijk. De twee hebben veel toernooien gedomineerd en waar Groenendijk vaak boven Slump eindigde in toernooien, wist Slump juist van Groenendijk te winnen in hun laatste ontmoeting voor het WK. In Kameroen vlogen de twee elkaar weer in de haren.