De oorlog in het Midden-Oosten domineert het nieuws, maar wat we er in Nederland vooral van lijken te merken zijn de gevolgen van de gestegen olie- en gasprijzen (advies van een dammer: denk vooruit en ga af van fossiele brandstoffen!). Waar de prijs van een vat olie zoal van afhangt weet ik niet, maar in het damspel kennen we wel een soortgelijk fenomeen: de prijs van een dam. Die fluctueert namelijk ook nogal afhankelijk van meerdere factoren. In de basis is de stelregel: één schijf investeren voor een dam is gunstig, bij twee schijven hangt het ervan af of je je dam vrij kunt spelen en vanaf drie schijven wordt het tricky. In de rubriek van 19 oktober 2024 schreef ik al eens over de zogeheten Afrikaanse dam naar aanleiding van de partij Jan Groenendijk-Martijn van IJzendoorn van het NK 2024. Sommigen maken het in de praktijk nóg bonter: ik heb Jan van Dijk wel eens zien winnen met een dam voor vier stukken!
Als je zo doortelt begin je je af te vragen waar de limiet eigenlijk ligt: hoeveel schijven kun je investeren in een dam om daarna toch nog te winnen? Veel composities eindigen in een gigantische rondslag, maar daarin heeft zwart gedwongen spel en is de investering direct terugverdiend. Interessanter wordt het als zwart een vrije zet heeft; zo’n situatie wordt het Laocoön-motief genoemd. En wat is dan de grootste Laocoön? Gelukkig hebben problemisten Gerard Benning en Ard-Jan de Jong dat al uitgezocht en gepubliceerd in hun boek uit 2021 met passende titel Een-tegen-allen.