Het overlijden van schaakgrootmeester Jan Timman veroorzaakte een schokgolf in de damwereld. Immers, was Timman niet de schakende Ton Sijbrands? De twee hadden het nodige gemeen. Ze waren generatiegeno ten, schilderachtige types, geboren en getogen in Amsterdam, en in de westerse wereld de absolute top in hun denksport. Op het hoogtepunt van zijn carrière werd Timman beschouwd als The Best of the West (bron: Wikipedia), maar dat gold ook voor Sijbrands.
Timman beleefde zijn finest hour in 1993 met zijn deelname aan de officiële FIDE-match tegen Anatoli Karpov. De Nederlander verloor eervol, maar toch een beetje kansloos met 12½ – 8½ van de (toen nog) geweldenaar. Sijbrands excelleerde twee decennia eerder in een periode die bekend staat als de Koude Oorlog. Neerlands Hoop in Bange Dagen, want dat was Ton in die periode, streed in 1972 in Hengelo in een rondtoernooi om de wereldtitel. Hij was goed op dreef, tot er een telefoontje uit de Sowjet-Unie kwam, in opdracht van het toenmalige Politbureau.
"Andris Andreiko (de grootste concurrent van Sijbrands en uitkomend voor de USSR, EvD) moet wereldkampioen worden" klonk het bars. De dag erop liet de andere Sowjet-deelnemer Iser Koeperman zich als een klein kind wegspelen door Andreiko. Sijbrands won natuurlijk niet van deze normaal gesproken vrijwel onverslaanbare Koeperman, maar stelde orde op zaken door onder anderen Marcel Deslauriers uit Canada en Waldo Aliar uit Suriname aan zijn zegekar te binden. De Nederlander, inmiddels wereldkampioen, deed het in 1973 in een tweekamp tegen diezelfde Andreiko nog eens dunnetjes over door met 22-18 te winnen.