Slump - Sipma

Wouter Sipma (r.) breekt zich het hoofd hoe te reageren op de openingszet 31-26 van Jitse Slump. Foto G. van Dijk

Slump - Sipma

Winstpoging vanuit gevaarlijke positie wordt zwartspeler fataal

Auteur: Wouter Sipma
Het is mij een eer om een aflevering voor Damkunst te mogen verzorgen! Er zijn al een aantal fraaie analyses geschreven (en hopelijk ook gelezen!). Dat er nog vele mogen volgen.

Mijn 'opdracht' was om een partij van het NK 2023 (in Drachten, afgelopen december) te analyseren. De keuze was heel ruim: een strategisch pareltje van kampioen Groenendijk (eigenlijk al zijn overwinningen), een vechtpartij van Baliakin (vooral zijn treffen met supertalent Boxum was episch − een boeiend speltype en meer dan 70 zetten spanning) of tóch iets van mezelf? Vrijwel al mijn partijen waren interessant met hier en daar een experiment dat dan goed dan wel slecht uitpakte... Uiteindelijk is in overleg met de hoofdredacteur de keuze gevallen op mijn partij tegen Jitse Slump uit de 12e ronde. Dit vanwege het zeldzame spelkarakter na de opening en het feit dat ik het behalve als 'alwetende analysator' ook vanuit de ik-persoon kan vertellen.

Mijn laatste partij tegen Slump speelde ik 36 dagen eerder, bijna 9000 km verderop in de zevende ronde van de World Cup in Lishui, China. In die partij zadelde Slump me al in de opening op met ongemakken op twee vleugels, waardoor ik in het middenspel slechts tot toeschouwer was gedegradeerd, die maar moest zien hoe het met me zou aflopen (ik overleefde). Nu had ik me voorgenomen goed voorbereid voor de dag te komen en op alle openingszetten een antwoord bedacht. Behalve...

1.31-26

Deze zet kwam onverwacht (en met reden, Slump had deze zet slechts twee keer eerder gespeeld, tegen Mezhenin in 2018 en Van IJzendoorn in 2019, zonder opzienbarend succes) en ik verzonk in enig gepeins. In China confronteerde Van IJzendoorn mij ook met 1. 31-26 − wat zou Slump bedacht hebben?

Na een tijdje besloot ik voor een variant te gaan die ik zes rondes eerder tegen Jan van der Star op het bord had willen brengen, maar dan met wit.

18-23 2.36-31 12-18 3.41-36 7-12 4.46-41 2-7

Van der Star koos hier voor 4...1-7.

5.31-27 20-24

En Van IJzendoorn ging hier met 5...20-25 verder in de eerder aangehaalde partij tegen Slump. De partijzet is een "uitnodiging die wit eigenlijk niet kan weigeren" − in de woorden van Slump in de demonstratiezaal na de partij.

6.34-29!? 23x34 7.40x20 15x24 8.27-21! 16x27 9.32x21

Deze speelwijze is me al lang bekend − ik moet een jaar of 18 geweest zijn toen ik hiermee de eerste ervaringen opdeed in een trainingssetting met (een nog veel jongere) Groenendijk en Van IJzendoorn. Slump was daar nog niet bij, maar heeft deze (kennis)achterstand ruim ingehaald.

In mijn database zie ik dat deze stand 31 keer is voorgekomen, maar het aantal praktijkvoorbeelden waarin wit ook daadwerkelijk een constructieve strategie probeert te spelen is op één hand te tellen. Grappig: de eerste keer reken ik daartoe de partij Sjarafow-Zalitis, halve finale van het kampioenschap van de USSR in 1967 in Nizjnij Tagil − maar dan met opbouw vanuit 47 in plaats van vanuit 46! Voor mij is echter dé stampartij Sijbrands-Van den Hurk (NC 2001); qua gelijkenissen met Slump-Sipma is echter de relatief recente partij Van IJzendoorn-Pan (WK 2019) veel belangrijker! Deze partij, die na een hevig gevecht in remise eindigde, zullen we hieronder meerdere malen langs zien komen.

Pikant detail: sinds 2015 ben ik op elk WK geweest (of ik me voor de finale wist te plaatsen, is een tweede), met uitzondering van het WK 2019 − voor Slump was dit juist zijn eerste WK-finale en derhalve heeft hij Van IJzendoorn-Pan van dichtbij kunnen meemaken. Na het lezen van dit artikel mag u bepalen of dit hem niet op z'n minst onbewust geholpen heeft...

19-23

9...18-23 is ook wel gespeeld (naast 9... 10-15). Het lijkt me niet dat wit bang hoeft te zijn voor de ruil met 12-18, waarna zwarts stand enigszins uit evenwicht is.

10.33-29! 23x34 11.39x19 14x23

11...13x24 kan ook, maar is tandeloos − na een ontwikkeling met 18-23, 12-18 blijft wits structuur mooier en als zwart wel vanuit 5 wil ontwikkelen, kan dat beter direct. De tekstzet is daarom principiëler.

Dit is een goed moment om stil te staan bij de ideeën van de opening en de doelstellingen van beide spelers.

De stand draait om de binding aan zwarts korte vleugel: door het open veld 2 kan zwart hier niet spelen, de witte schijven op 21 en 26 (ondersteund door 36 en 37) houden het zwarte 'legoblokje' 1-6-7-11-12-17 vast - zeer economisch. Doordat wit zich met de voorgaande ruil kon ontdoen van de schijf op 33, leent de stand zich uitstekend voor een opsluitingsstrategie: zwart kan immers nu alleen 21-16 afdwingen met een concessie (18-22).

Met deze vaststellingen kunnen de doelen voor beide kleuren bepaald worden:
- wit wil de economische opsluiting handhaven;
- wit zal daarvoor veld 33 blijven mijden;
- wit wil ook controle te krijgen op de rechtervleugel (veld 30);
- wit zal proberen zoveel mogelijk naar rechts te spelen;
- wit zal proberen schijven te ruilen om de opsluiting economischer te maken;

- zwart wil schijven uit de opsluiting ontwikkelen;
- zwart zal een sterk centrum opbouwen en wit naar de rand duwen;
- zwart wil vanuit een sterk centrum de aanval in (zesde rij);
- zwart zal proberen de schijven op het bord te houden.

Waar in een strijd tussen aanval en omsingeling vaak de omsingelende partij de moeilijkste taak heeft, denk ik dat het in dit geval juist zwárt is die het meeste risico loopt. De schijf op 1 heeft nog wel een functie (voorkomt het dóórslaan na 21x12), maar schijf 6 staat écht buitenspel. Verder is het voor een aanvaller/centrumspeler vaak goed om de stand open te breken, maar ook dat gaat hier niet direct op: zelfs als schijf 21 doorgeschoven is naar 16 houdt deze nog vijf schijven (1-6-7-11-17) bezig. Als schijf 6 aan de andere kant van het bord staat, denk ik dat het juist weer wit is die meer risico loopt.

Ik was me bewust van de risico's (zeker tegen een formidabele tegenstander), maar om op het podium te komen moest er iets bijzonders gebeuren, wetende dat mij in de laatste ronde Baliakin te wachten stond. Bovendien gold voor Slump min of meer hetzelfde, al trof hij in de laatste ronde Boxum. We waren dus allebei blij met strijd op het bord.

12.36-31
Van IJzendoorn speelde 12.37-31 Maar die verwisseling is niet zo onschuldig als het lijkt: Pan had met 13-19 de ontwikkeling van de witte lange vleugel kunnen saboteren. Op 13.41-37 volgt immers 17-22! en zwart is vrij. Pan speelde evenwel 12...10-14 (en Van IJzendoorn snel 13.41-37), waardoor de partijen in elkaars vaarwater blijven.
12...10-14 13.45-40 14-19

Ook een vrijblijvender opstelling met 5-10, 14-20, 10-14 enzovoort kwam in aanmerking om de ontwikkeling met 13-19 in de stand te houden. De kans is echter groot dat dit slechts tot zetverwisseling met de partijvariant zou hebben geleid. Met 13... 14-19 neemt zwart de mogelijkheid om 14. 41-36(?) (of ook 14. 43-39(?)) 'af te straffen' met 17-22(!) − maar wit kan het prima zonder deze zetten stellen. Echter heeft 13... 14-19 nog een ander voordeel, waar ik bij de volgende zet op terugkom.

14.35-30
5-10
Het zou kunnen dat 14. 35-30 licht onnauwkeurig is. Ik wist dat Sijbrands in zijn partij direct wits lange vleugel 'afsloot' met 13. 41-36 en 14. 37-32, maar zag niet hoe ik kon profiteren van het vooralsnog achterwege laten van deze zetten. Het computerprogramma Scan heeft wél een idee: 14...18-22!? 15.21-16* 22-27!? 16.31x22 17x28 Door de witte schijf op 31 méé te ruilen, maakt zwart de baan vrij voor het ontwikkelen van schijf 6. Het is echter nog niet gezegd dat dit zonder meer lukt: onder de huidige omstandigheden is 11-17 immers verhinderd. Zwart kan een schijf naar veld 20 brengen om de dreiging eruit te halen, maar in de tussentijd speelt wit bijvoorbeeld schijf 37 naar 27 om opnieuw te storen.
 Daarom lijkt het slim om na 17.37-31 12-18! te spelen.  
18.44-39 
Met 18.40-34 lukt het wit wel om 11-17 langer te blijven verhinderen, maar is hij de flexibiliteit aan zijn korte vleugel kwijt.
 
18...11-17 Nu de schijf op 6 als het ware 'bevrijd' is, heeft zwart een veel betere uitgangspositie voor het middenspel: hoewel wit nog spel tegen de zwarte centrumaanval moet hebben, is de moeilijkheidsgraad een stuk hoger dan in de partij!

Het zou kunnen dat wit in deze variant meer te zoeken heeft in een plan als 17. 38-32 en vervolgens schijf 41 naar 27 brengen, om de stand meer gesloten te houden. Maar ook dan lukt het zwart om 11-17 door te zetten.

De intelligente lezer zal zich afvragen of zwart dan niet direct na 12. 36-31 18-22 (13. 21-16 22-27x28) had kunnen spelen. In dat geval is wit echter een zet sneller om schijf 28 te bestoken via veld 33, dus helemaal 'gratis' is dat niet.

Het is overigens altijd grappig om te zien hoe de twee leidende analyseprogramma's van het moment −Kingsrow en Scan− van mening verschillen over de waarde van de stand. De programma's hebben ieder zo hun eigen voorkeuren en karaktertrekken: Scan prefereert aanvalsstanden en tempovoorsprong (wat soms leidt tot banaal −maar niet zwak− openingsspel) en geeft in allerlei soorten standen vaak relatief hoge waarderingen, terwijl Kingsrow zich weinig van tempoverhoudingen aantrekt en qua waarde niet zo snel enthousiast te krijgen is. Waar Flits eerder mijn enige 'digitale sparringpartner' was, is het nu mogelijk om in de laatste versies van het onvolprezen Turbo Dambase meerdere engines tegelijk aan te zetten. Zo zit je als het ware op elk gewenst moment met twee loeisterke dammers aan tafel! Het moge duidelijk zijn dat mijn Flits inmiddels met pensioen is...
15.40-35 9-14 16.44-39 14-20 17.37-32

Nadat zwart nog twee zetten de optie 18-22-27 versmaad heeft, sluit wit nu definitief de tent.

10-14 18.41-36 4-9 19.49-44

De inleidende beschietingen zijn voorbij en de spelers hebben hun posities ingenomen. Nu is het tijd om keuzes te maken.

Als we hier 19.42-37 spelen en schijf 14 op 15 zetten, hebben we de stand tussen Van IJzendoorn en Pan!

Ook Sijbrands-Van den Hurk is niet veel anders (zet 30 op 40, 50 op 45 en 20 terug op 15) − op dat moment speelde Sijbrands echter 18.21-16, waarmee hij zijn tegenstander losliet. Ik zie niet wat er tegen het aanhouden van de opsluiting is met 18. 35-30 (18... 18-22 19. 21-16 14-20 20. 40-35(!)). In de Volkskrantrubriek van 24 februari 2001 noemt deze Sijbrands deze partij ("waarover later dit jaar meer"), maar ik kan zelf niet vinden wanneer hij hierop teruggekomen is. Als iemand dit wel weet, zie ik het graag tegemoet − en anders hebben we nog een analyse tegoed!

Hoe dan ook prefereer ik de opbouw van Slump, die met 19. 49-44 bewust schijf 50 laat staan. Schijf 50 zal in de partij ook een belangrijke rol vervullen.

20-25

Voordat ik de clash in zou gaan, wilde ik graag nog een verzwakking bij wit aanbrengen - een gratis tempo heeft wit niet.

20.42-37 25x34 21.39x30 14-20

En zo zijn we na een korte omweg weer precies in Van IJzendoorn-Pan beland!

22.47-42
Van IJzendoorn koos ervoor om na 22.43-39 18-22 23.21-16 12-18 24.44-40 9-14 zijn kroonschijf aan te spreken met 25.48-42 − daarover later meer.
22...18-22

En garde!

Nogmaals aanvallen met 22...20-25 23.44-39 25x34 24.39x30 leek me niet logisch omdat er weer één paar schijven verdwijnen en schijf 50 daarna naar het midden kan worden gespeeld.  Interessant is dat Kingsrow nu 23-29!? gevolgd door 19-24 aanbeveelt − daar kan natuurlijk wel wat in zitten nu wit zonder 47 en 49 speelt.
23.21-16

Natuurlijk laat wit de ruil met 12-18 niet toe. De opsluiting wordt getransformeerd doordat nu schijf 16 het vierkantje 1-6-7-11 gaat bezighouden − ten minste, zo lang 6 en 11 er niet uit kunnen.

22-28

Gespeeld om de inname van de hekstelling met 32-27 voor te zijn. De bedoeling voor zwart is nu om het centrum te versterken en −de droom blijven vasthouden− schijf 6 erbij te krijgen.

24.44-39
20-24

Met de tekstzet koerst zwart aan op een frontale botsing.

Met 24...19-24 25.30x19 13x24 kan zwart nog uitwijken, maar ik zag niet hoe ik verder moest na 26.39-34 9-13 27.43-39 ; in de stand na 23-29 28.32x23 29x18 heeft zwart in ieder geval weinig te zoeken het legoblokje staat er nog steeds.

25.39-34

Wit zoekt de goede aanvalshoek en blijft wachten − zie hier het nut van schijf 50: nu en de komende zetten kan wit na 24-29 voorwaarts ruilen met 50-45x34.

Na een voortijdig 25.31-27 loopt zwart na 17-21 26.26x17 11x31 27.36x27 geen bijzonder gevaar. Naast het verdedigen van 28 met 6-11 (opvangen) of 24-29 (horizontaal) wijzen de engines ook op een derde (combinatieve) optie: 12-18!? 28.38-33 (anders krijgt zwart tijd voor 7-11x12)
8-12! 29.33x22 7-11 30.16x7 23-28!! 31.32x14 9x20 32.30x17 1x41 33.22x13 41-46 en als zwart goed op zijn dam let, wordt het remise.
25...9-14 26.43-39 12-18 27.50-45

En zo komen we via zetverwisselingen weer bij Van IJzendoorn-Pan terecht, met als enige verschil dat schijf 47 op 48 staat!

8-12
In de partij besteedde ik behoorlijk wat bedenktijd aan 27...17-22 maar zag na 28.38-33? geen goede combinatie. Die is er echter wel:
Bij analyse gaf Slump −in koor met Van IJzendoorn, die in verband met zijn eigen mislukte partij maar al te graag bij ons bord stond om herinneringen op te halen− een veel sterker antwoord: 28.26-21! 8-12
Van belang is dat na 28...11-17 29.21x12 8x17 30.38-33 het offer 24-29 31.33x24 28-33 32.39x28 22x33 weerlegd wordt door 33.48-43! 33-39 34.43-38 39-44 35.24-20! 14x25 36.34-29+-
29.32-27!! Met deze prachtige opstelling weet wit voor een tweede maal de zwarte vleugel aan banden te leggen.
Na 29.31-26? 11-17! 30.30-25 6-11! heeft zwart wél wat-ie wil.
29...11-17 is immers (blijvend) verhinderd door
29...24-29 30.48-43! 29x40 31.45x34 14-20 32.38-33! enzovoort brengt geenszins verlichting voor zwart.
29...14-20 30.30-25! 3-8 31.25x14 19x10 32.38-33
32.48-43 wint waarschijnlijk ook, maar is minder logisch.
32...24-29 33.33x24 11-17 en wit kan spelen met zijn prooi: bijvoorbeeld een derde keer de vleugel vastleggen 34.42-38 17x26 35.38-32 ... en weer laten ontsnappen ... 28-33 36.39x19 22-28 37.32x23 18x20 om er met 38.27-22 13x24 39.34-30 24-29 40.30-24 dan toch een eind aan te maken. Zie hoe de schijven op 16 en 22 voor de vierde maal de vleugel blijven controleren!
29...3-8 en het duidelijkst is misschien 30.48-43 24-29 31.30-25 29x40 32.45x34 19-24 33.37-32! 28x17 34.34-30 22x31 35.30x10+-
30.38-33! 17x26 31.27-21! 26x17 32.31-27 22x31 33.33x2+-
28...7-12! 29.16x7 6-11! (29...23-29 of 29...24-29 gevolgd door 30... 22-27, 31... 23-29 is te duur) 30.7x16 23-29! 31.34x23
Na 31.32x23 29x47 32.45-40 volgt dezelfde reactie
31...18x47 32.32x23 19x28 33.30x10 22-27! 34.31x33 47x4

Nu de formatie 6-11-17 niet meer werkzaam is, komt wit in actie:

28.31-27! 17-22!

Het logische gevolg van zwarts vorige zet − andere zetten verzwakken mijn stelling.

28...14-20 29.30-25! 17-22 30.25x14 22x31 31.36x27 19x10 32.38-33! 12-17 33.33x22 17x28 is misschien nog wel net speelbaar voor zwart, maar vereist het nodige kunst-en-vliegwerk na 34.26-21 of 34.48-43.
29.38-33

Slump kiest voor een duidelijke variant met geforceerd spel die leidt tot een slagenwisseling.

Hij had er ook voor kunnen kiezen de spanning nóg verder te laten oplopen met 29.36-31!? De aanwezige toeschouwers, waaronder Roel Boomstra, hielden zich een tijdje bezig met deze stand, maar de spelers hadden hier beiden nauwelijks naar gekeken. Het is wel een risico voor wit om zonder schijf 36 te spelen, maar de dreiging om een kettingstelling te vormen beperkt zwart ook enorm. Laten we een aantal varianten bekijken. 11-17 30.38-33? de meest logische zet om vervolgens 42-38 door te zetten met winnende kettingstelling. 30...23-29 is nu te duur, maar zwart heeft nog een andere pijl op zijn boog:
30.30-25 en nu heeft zwart keuze: 24-30 (30...6-11 kan leiden tot dezelfde varianten na 31.38-33, maar geeft wit ook een extra optie in 31.34-30!?)
30...14-20 31.25x14 19x10 32.34-30 24-29 en zwart lijkt de ketting afgeweerd te hebben, maar... 33.30-24!? 29x20 34.38-33 Dit fraaie offer (dat wit zelfs met 34.26-21!? 17x26 35.38-33 kan uitbreiden) lijkt zwart in de problemen te brengen door te dubbele dreiging 39-34 en 26-21, 27-21 31-27. Echter, als zwart rustig blijft, zal deze zien dat een van die dreigingen niet zoveel voorstelt:
20-25 35.26-21 17x26 36.27-21 26x17 37.31-27 22x31 38.33x2 13-19
38...3-8 39.37x26 1-7 40.2x11 6x17 moet ook kunnen, ondanks de witte schijf op 16.
39.2x24 25-30 40.37x26 30x19 met een gelijkwaardige stand.
30...3-8 is waarschijnlijk de meest agressieve poging: 31.48-43
31.34-30 17-21 32.26x17 22x11 maakt meer ruimte in het baanvak 6-22.
31...24-29 en nu moet wit kiezen tussen 32.27-21x34, 32.34-30 of 32.35-30 en het spel gaat door.
31.35x24 19x30 in de hoop 45 te pinnen is gevaarlijk in verband met 32.38-33 
Of ook eerst 32. 48-43 en dan 33. 38-33 − er dreigt nu 33.26-21!, 34.27-21, 35.31-27 en 33x2.
6-11* 33.48-43 (of eerst 33. 42-38) 30-35 34.42-38 3-9 Nu loopt 35.33-29? 13-19! 36.38-33 9-13! 37.43-38 1-6! 38.27-21 14-20 enzovoort verkeerd voor wit en na 35.27-21 kan 35...23-29, maar er is een interessante optie:
35.34-30?! 35x24 36.45-40 waarna zwart moet kiezen uit allerlei eindspelen: 14-19 37.40-34 9-14
37...24-29 38.33x24 19x30 39.25-20 30-35
of 39...28-33 40.39x8 30x48 41.8-3
40.20-14 9x20 41.34-29 23x34 42.39x30 35x24 43.32x23 18x29 44.27x9 
In de praktijk lijkt dat me een moeilijke afweging voor zwart: het is al lastig om elk eindspel op waarde te taxeren en dan moet je ook nog eens kiezen voor een van de drie...
38.34-29 23x34 39.32x23 19x28 40.39x10 28x48 41.10-4 of
Nog langer wachten met 30.48-43 geeft zwart een kans: 14-20!?
Na 30...3-8 31.30-25 zitten we weer in variant B3.
31.38-33? Ik weet het − een witspeler moet misschien wel naïef zijn om in deze combinatie te lopen, maar het is wel een hele mooie!

Hier moet maar 31.30-25 maar na 24-29! 32.25x14 19x10! gaat de strijd door − het lukt wit in ieder geval niet meer om zwart te omknellen.
31...23-29! 32.34x25
na 32.32x25 komt zwart ook altijd op 41: 29x47 33.30x8 17-21!! 34.26x28 47-15 35.8x17 7-11 36.16x7 1x41-+
32...3-8! 33.32x23 18x47 34.27x9 12-18!! 35.30x19 18-23! 36.19x28 8-13! 37.9x18 7-11! 38.16x7 1x41!! en twee dammen wegen ruim op tegen drie schijven achterstand.

Conclusie: 29.36-31 verscherpt de strijd en geef zeker kansen voor wit, maar zwart kan in elke variant nog meekomen en soms (zoals in de laatste variant) terugslaan!

En hoe zat dat dan bij die andere partij (met 48 op 47)? Daar kon Van IJzendoorn óók 29.36-31 doen en dat zou in dat geval wel echt eenrichtingsverkeer opleveren, waarin zwart flink aan de bak moet om niet te verliezen. Misschien moet die partij ook nog maar eens een keer onder de loep genomen worden...
30...24-29! 31.33x24 28-33 32.39x28 22x33 en zwart wint de geofferde schijf terug met groot voordeel.

Terug naar de partij.

29...22x31 30.36x27 12-17 31.33x22 17x28
32.26-21!

Een fraaie zet om het zwarte blokje te laten staan!

Na 32.42-38 kan zwart 'gewoon' 11-17! spelen. Overigens had Van IJzendoorn hier in zijn partij ook een goede optie met 32.27-22(!) 18x38 33. 42x22 (met dank aan schijf 47!) − hij speelde echter 32.30-25 en zijn voordeel was weg. U kunt op Toernooibase analysevarianten naspelen bij die partij.
32...3-8 33.42-38 8-12 34.38-33

Deze stand hadden beide spelers voor ogen op zet 28.

23-29! 35.33x22
35.34x23?? 18x38 36.32x23 19x28 37.30x17 11x42 38.48x37 gaat mis voor wit.
35...29x40 36.35x44 24x35

Voor een laatste maal keren we terug naar Van IJzendoorn-Pan en wel naar de analysesectie in Toernooibase: daar geeft Pim Meurs aan dat wit 37.37-31!? kan spelen, waarmee wit een vergiftigde schijf aanbiedt. Slump speelt evenwel een andere zet en daarmee nemen we definitief afscheid. Toch interessant dat de partijen elkaar 36 zetten lang schaduwen!

37.45-40

Het zware middenspelgedeelte (met dit analysewerk) is voorbij en de partij komt in een nieuwe fase. Er mogen dan wel veel schijven van het bord zijn verdwenen, nog stééds kan zwart het blokje 1-6-7-11 niet bewegen. Ik schatte in dat zwart de stand toch wel gelijk moest kunnen houden door de centrumformaties die zwart kan maken.

Bovendien werkte Slumps laatste zet een beetje als een rode lap op een stier: is die vleugel zonder 45 niet verzwakt? Ik wilde door blijven vechten, ook voor méér dan één punt. Maar de interessante strijd tot zover had zijn tol geëist, vooral op de klok: ik speelde met 7 minuten, Slump met 15 (voor 37. 45-40).

18-23

Om 32-28 niet meer toe te laten.

38.37-31!?

Slump weet optimaal te profiteren van zijn tijdvoordeel en schotelt zwart een interessante keuze voor. Hoewel het op dit moment nog niet écht fout kan, bega ik hier een eerste onnauwkeurigheid die ik prompt door twee fouten laten volgen.

12-18
38...12-17 39.21x12 7x18 40.16x7 1x12 was veruit het meest logisch, maar na 41.22-17 12x21 42.27x16 moet zwart er toch op letten dat er geen schijf naar 17 loopt. Met een beetje beleid moet dat wel lukken − zwart kan ook aan wits korte vleugel gaan rammelen.
Iets trickyer is 38...11-17?! 39.22x2 1-7 40.2x11 6x28 41.16-11 en nu is het aanlokkelijk om een tweede schijf te winnen met 28-33
41...13-18 42.11-6 23-29 is waarschijnlijk verstandiger, maar ook dan is zwart er nog niet.
42.39x28 23x21 43.11-6 maar ik zag hier toch wel wat problemen doordat de witte dam de sterke lijn 47-15 kan bezetten in combinatie met de 'klem' 44-40-35. Bij analyse bevestigden twee grootmeesters dit gevoel door geen snelle remise te vinden − oftewel: hier heb je bedenktijd nodig, die ik niet had.

Ik besefte met de partijzet (38...12-18) dat ik mijn schepen achter me verbrandde −eigenhandig neem ik afscheid van het blokje 1-7-11-12− maar zag niet direct wat me kon overkomen.

39.31-26! 23-29?

Een grote fout, die de partij in feite beslist. Het was nog niet te laat om met

39...19-24 (dreigt hergroepering met 13-19) 40.32-28 23x32 41.27x38 18x27 42.21x32 af te dwingen. Wit staat na 11-17 wel degelijk wat beter, maar de schijven op de lange vleugel van zwart komen weer in beweging en bij een normaal verloop zal dit remise worden.

40.21-17!

Met vaste hand sloopt Slump de zwarte stelling, die in twee stukken is gebroken. En inmiddels had ik ook geen bedenktijd meer...

19-24?

De laatste fout. Op de zet hiervoor had ik te laat gezien dat na

40...18-23 de minicombinatie 41.17-12! 7x18 42.16x7 1x12 43.32-28 23x21 44.26x8 18x27 45.8-3+- volgt. Een zware klap, want dat maakt van 17-12 ook direct een dreiging.
Dat zwart met 40...14-20! kan overleven, mag een wonder heten. 41.27-21!
41.17-12 11-17 42.12x25 17x37 43.48-42 37x48 44.39-34 48x30 45.25x23 13-18! 46.23x12 7x18 en door de finesse 18-22, 6-11 haalt zwart remise.
Na 41.32-28? volgt verrassend 19-23! 42.28x8 7-12!! 43.16x7 12x32 44.22x13 1x3 en opeens moet wit voor zijn leven vechten.
41...18x38 42.39-33 (de beste) 11x22 43.33x15
22-28 44.15-10 28-33 45.40-34
45.10-4 38-42 46.4x39 42-47= − deze plakker is zwarts lifeline in dit eindspel.
 
Het lijkt alsof wit simpelweg een dam-voor-1 heeft, terwijl de zwarte voorste schijven nergens heen gaan. Maar zoals wel vaker met dammen, is de realiteit weerbarstig.
45...7-11! 46.16x7 1x12 47.21-17
Na 47.21-16 13-18 48.26-21 19-24 49.34-29 wurmt zwart zich werkelijk naar dam met 35-40 50.44x35 33-39 51.29x20 39-44 en Kingsrow claim toch echt dat het remise wordt.
47...12x21 48.26x17 19-24! 49.10-5 24-29 50.34x23 35-40 51.44x35 33-39 52.5-10
39-43
52...39-44? 53.10-15 44-50 54.15x47 50x11 55.47-15 gevolgd door 15-4+
52...38-43? 53.23-19! 13x24 een bijzonder offer, om ervoor te zorgen dat er eindelijk een vangstelling komt te staan die wit kan gebruiken: 54.10-15 24-30 55.35x24 43-49 56.17-11 6x17 57.48-43 49x20 58.15x44+-
53.48x39 38-42 54.10-4 42-48 55.4x18 48x25 en het resterende 4x2-eindspel is remise... Ik begin er niet eens aan om te tellen hoeveel enige zetten zwart tot zover heeft moeten spelen om hier te geraken (en hoeveel zwart er nog moet vinden). Kortom: de praktische waarde van deze variant is erg klein en ik beschouw 39...23-29? als de beslissende fout.
41.17-12! 13-19
Want 41...18-23 42.39-34 7x18 43.16x7 1x12 44.32-28! 23x21 45.26x10 18x27 46.34x23 is totaal uit. Ik zag inmiddels in dat ik in de knel zat, maar dacht met de actie uit de partij nog kans te maken. Het klopt echter precies voor wit.
42.12x34 24-29 43.34x23 19x37

Zwart is doorgebroken − zo lijkt het althans. De schijf op 37 kan helaas echt niet dóór in verband met 22-17! 11x31 26x46. En die schijven 1-6-7-11 zijn ook niet zo lekker te offeren om de doorbraak wel mogelijk te maken...

44.40-34!

Slump maakt het onberispelijk af; fout was:

44.39-33? 14-19! 45.33-29 7-12! 46.16x18 37-41 en op de volgende zet 41-47 en zwart kan nog vechten.
44...14-19 45.34-29 19-23 46.29x18 37-41 47.18-13 41-47 48.13-9

Zwart is nog op dam gekomen, maar het lost helemaal niets op. Veld 41 is nog steeds taboe, net als 29/24/20/15 (39-33+), waardoor de zwarte dam niet meer uit de hoek komt. Een schitterend beeld dat nog steeds recht doet aan de opzet van de partij: de opsluiting van de zwarte korte vleugel is nog steeds een feit! Ik staakte dan ook de strijd.

Slump leverde hiermee zijn beste partij van het toernooi af: een goede openingskeuze, sterk vervolg en vooral een uitstekende tactische keuze om niet de chaos in te gaan met 29.36-31!?, maar een variant te kiezen waarin wit −met druk op de klok− het zwart lastig kan maken en dat bleek. In een bestek van drie schamele zetten veranderde een nagenoeg gelijkwaardige stand in een verloren stand!

Ik hoop dat je genoten hebt van deze analyse − het was leuk om te maken. Ik kijk met gemengde gevoelens terug op de partij: het is altijd schitterend om zo'n gevecht op hoog niveau te leveren, maar de uitslag had ik natuurlijk graag anders gezien. De volgende keer dat ik voor Damkunst schrijf, zal ik proberen een winstpartij mee te nemen!

PS Wil je meer lezen over deze opening en dit speltype? Dan moet ik je in eerste instantie teleurstellen: ik ben niet bekend met veel materiaal. Behalve dan over een partij die je móét kennen: Boomstra-Atse, WK 2015 (uitgeroepen tot mooiste partij van het toernooi). Sijbrands heeft hierover geschreven in zijn Volkskrantrubriek op 24 december 2015 en 2 januari 2016. Zoek het op!