Dolfing - Anikeev

Met 3...20-25 brengt Iurii Anikeev (links) de zogenoemde Vos-variant op het bord tegen Martin Dolfing. Deze strategie zal uitgroeien tot een groot succes. Foto: Zainal Palmans

Dolfing - Anikeev

Van Dibman tot Anikeev

Auteur: Alexander Baliakin
De Vos-variant (1.32-28 18-23 2.33-29 23x32 3.37x28 20-25) leek de afgelopen jaren geleidelijk te zijn verdwenen van het openingsrepertoire van topgrootmeesters. Maar plotseling staat deze variant dit jaar opnieuw in het middelpunt van de belangstelling. Voordat we ons gaan bezighouden met een partij die vanuit deze opening wordt gespeeld, wil ik eerst de vraag beantwoorden waaróm grootmeesters met zwart überhaupt deze opening spelen. Ze weten toch dat wit een betere stand heeft?
Persoonlijk zie ik de volgende voordelen om met zwart de Vos-variant te spelen:
- Wit kan niet snel schijven afruilen.
- Wit kan niet naar gelijkwaardig klassiek spel overgaan.
- Wit moet actief en principieel spelen om geen passieve stand te krijgen.
- De standen die uit de Vos-variant voortvloeien, zijn ingewikkeld en vereisen veel rekenwerk (dat zal blijken uit de partij die ik ga bespreken).
- Grootmeesters die deze opening met zwart spelen, kunnen zich goed voorbereiden op het tegenspel van hun opponent (zie opnieuw onderstaande partij).
Dammen heeft een grote remisemarge. Het doel van een opening is dan ook vaak niet om een betere stand te krijgen, maar wel spannend en ingewikkeld spel, waarbij de tegenstander niet snel kan afruilen. De Vos-variant is hiervoor een uitstekend middel.

1.32-28 18-23 2.33-29 23x32 3.37x28 20-25
4.41-37
Laten we de statistieken er eens bij pakken. Anikeev speelde deze opening met zwart slechts in 3,5 procent van zijn partijen (ter vergelijking: ik ben dol op de Vos-variant en bediende me bijna in 8 procent van mijn zwartpartijen van deze speelwijze). De eerste voorzichtige conclusie die we kunnen trekken, is dat als iemand op een belangrijk toernooi niet speelt zoals hij is gewend, dan betekent dat wellicht dat hij thuis deze variant goed heeft voorbereid.
Het is ook interessant om te vergelijken hoe Anikeev met wit speelt in deze stand. Zijn duel met Arnaud Cordier (EK 2022) verliep als volgt:
4.38-33 12-18 5.29-24 19x30 6.35x24 7-12 7.41-37 1-7
wat zou Anikeev hebben gedaan op 7...14-20 ? Zou hij in plaats van laten slaan 8.34-29?! hebben gespeeld?
8.37-32 17-21 9.46-41 21-26 10.41-37 16-21 11.34-29 is opmerkelijk vroeg gespeeld. In de partij A. Gantwarg – A. Dibman, Minsk uit 1983, werd ook snel 10.34-29 gespeeld. In een poging te begrijpen of zo vroeg in de partij 34-29 al dan niet goed is, analyseerde ik een paar jaar geleden deze partij. Tot een duidelijke conclusie kwam ik niet. Ik constateerde alleen dat zwart door deze zet meer beperkt wordt dan wit 14-20 12.31-27 11-16 13.43-38 Vergelijk deze stand met een stelling uit de bekende partij A. Getmanski – T. Sijbrands (EK 1999). Het verschil is de aanwezige schijf op veld 18. Voor het originele plan van Sijbrands moet schijf 18 afwezig zijn. 10-14 14.40-34 14-19 15.45-40 19x30 16.29-23 18x29 17.33x35 De stand die nu op bord staat, is teleurstellend en zeker niet iets wat je nastreeft als je met zwart de Vos-variant speelt.
4...17-21
Ik geef de voorkeur aan het veel gespeelde alternatief 4...12-18 omdat zwart na 5.39-33
Na 5.29-24 19x30 6.35x24 7-12 7.37-32 heeft zwart een klein probleem: de aanval 14-20 is niet aantrekkelijk omdat wit kan vereenvoudigen.
5...7-12 6.44-39 de mogelijkheid heeft om 19-23 7.28x19 14x23 te ruilen.
5.29-24
Het verschil tussen 4...12-18 en 4…17-21 wordt helder als wit op eigen helft blijft. Na 5.39-33 kan zwart met 15-20 6.37-32 19-24 een (onvoltooide) hekstelling formeren. De grote specialist hierin is Alexander Shvartsman.
5...19x30 6.35x24 14-20

Zwart kan natuurlijk ouderwets spelen zonder de voorpost op 24 aan te vallen, zoals in de partij A. Pylaev – A. Andreiko uit 1964. Maar dat is niet echt kansrijk voor zwart. Voor het laatst op hoog niveau speelde M. van IJzendoorn dat tegen H. Meijer (2022), maar eerlijk gezegd werd dat geen succes voor de zwartspeler.
Zwart móét dus aanvallen, maar de vraag is of dat met 14-19 of 14-20 moet en of hij dat één of twee keer moet doen.
De aanval 14-19 ziet er minder aantrekkelijk uit omdat de witte passieve schijf op 45 dan in spel komt, maar zwart heeft eigenlijk geen keus als hij 4…12-18 heeft gedaan.

7.39-33
Het nadeel van 6...14-20 is dat wit 7.37-32 20x29 8.34x23 kan spelen.
Tegenwoordig is deze slag niet populair, in tegenstelling tot veertig jaar geleden, zoals in bijvoorbeeld Vadim Virny – Alexander Dibman (Kislovodsk 1982). Dibman analyseerde deze stand na dit duel urenlang. Hij wilde begrijpen of zwart hier direct
21-26 moet spelen of pas na
8...10-14 9.46-41 21-26 Als ik het me goed herinner, concludeerde hij dat de zwarte omsingeling kansrijker is als 21-26 even wordt uitgesteld.
 Het duel Virny-Dibman ontwikkelde zich als volgt: 9.39-33 26x37 10.42x31 10-14 11.44-39 5-10 12.46-41 16-21 13.41-37 21-26 14.47-42 13-19 15.31-27 8-13 16.37-31 26x37 17.32x41 15-20 18.41-37 20-24 Op het bord staat nu een interessante uitgangspositie voor een strategische strijd tussen aanval versus omsingeling.
7...20x29 8.33x24 10-14 9.44-39 12-18 10.39-33 7-12 11.37-32 1-7 12.46-41

Wit neemt nu een strategische belangrijke beslissing. Het alternatief is afzien van de opmars van 46 naar 37 door op de andere vleugel te spelen.
Kingsrow heeft geen voorkeur. Zelf vind ik het doorgaans niet fijn als mijn tegenstander, zoals in deze partij, schijf 46 naar veld 37 brengt.

21-26 13.41-37 11-17 14.50-44 5-10
Tegen C. Leontiev speelde Dibman 14...18-22 Dat was de zet van Dibman. Hij keek in dergelijke structuren alleen naar plannen met 18-22 en 17-21, met een duidelijke voorkeur voor de eerste voortzetting. Moderne damprogramma’s bekritiseren deze zet, omdat zwart wit de droomruil 31-27x27 laat uitvoeren met ontwikkeling van de achtergebleven schijf op 36. Maar circa veertig jaar geleden zagen we geen betere optie om scherp (tegen)spel te creëren. Tip: bekijk deze prachtige partij in Turbo Dambase!
15.44-39 14-20

Dit voor de tweede keer aanvallen van schijf 24 met 14-20 is min of meer verplicht.

16.49-44 20x29 17.33x24 9-14

Deze zet was veertig jaar geleden voer voor een lange discussie tussen Dibman en mij. Ik was geen voorstander van deze opbouw, omdat ik vind dat zwart met 3-9 zijn belangrijke schijf op 3 te snel opspeelt. Bovendien vind ik dat deze basisschijf de verkeerde kant op gaat, omdat zwart schijf 3 later misschien goed kan gebruiken voor een aanval op de andere vleugel.
Maar er zijn ook goede redenen om wél met 9-14 en 3-9 op te bouwen: zwart kan misschien met 18-23 gaan werken, maar belangrijker nog is dat zwart in 3-9 een laatste wachtzet heeft.

Had zwart 17...10-14 gespeeld, dan had hij daarna direct iets moeten ondernemen.
18.38-33 3-9

Laten we in de diagramstand eens nader kijken naar de door zwart gekozen opstelling. Natuurlijk is Anikeev niet eerste die zo speelde met zwart. Opmerkelijk is dat hij ongeveer een halfjaar geleden plotseling regelmatig deze structuur ging innemen. Kijk bijvoorbeeld naar de stand uit zijn partij tegen Sven Winkel (WK 2023).
De zwarte structuur is hetzelfde (behalve schijf 10)! Daarom kunnen we concluderen dat een dergelijke opbouw algemene betekenis heeft en niet alleen in de Vos-variant gebruikt kan worden. Ook Shvartsman kiest een dergelijke opbouw in standen waar wit een schijf op 15 heeft.

19.31-27?!
Geen fout, maar deze zet dwingt wit later serieuze en cruciale beslissingen nemen.
Na
19.42-38
18-22 Misschien niet de beste positionele voortzetting, maar wel de scherpste. Wellicht wilde Dolfing deze zet niet toelaten en speelde hij daarom 19.31-27.
Andrej Kalmakov ruilde hier tegen Jean Marc Ndjofang, in een partij uit 2007, met de ons bekende ruil 19...17-22 20.28x17 12x21 Hij kon daarna slechts voor remise vechten: 21.31-27 7-11 22.47-42 8-12 23.33-28 12-17 24.38-33 17-22 25.28x17 11x31 26.36x27 6-11 27.33-28 11-17 28.43-38 18-22 29.27x18 13x33 30.39x28 14-19 31.24x13 9x18 enzovoort.
De diagramstand betekent voor mij overigens het keerpunt in mijn verhouding met de Vos-variant. Ik had deze stelling tegen Murodullo Amrillaev in het EK 2008 en verloor. Na deze partij besloot ik geen Vos-variant tegen topgrootmeesters meer te spelen. Pas in 2019 doorbrak ik het taboe.
20.47-42
13-18 21.34-30 25x34 22.40x29
een belangrijke slag 22.39x30? om veld 25 te bereiken is hier niet mogelijk vanwege de standaardcombinatie 17-21! 23.28x17 14-19 24.24x22 8-13 25.17x19 21-27 26.32x21 26x50-+
22...9-13 23.28-23
Deze zet is niet echt nodig. Beter is 23.45-40 7-11 24.40-34 omdat een blokkadeplan met 14-20? 25.34-30! 20-25?? niet werkt vanwege 26.29-23 18x20 27.32-27 25x34 28.27x7+-
23...13-19 24.24x13 8x28 25.32x23 4-9 26.31-27 22x31 27.36x27 9-13 28.37-31 26x37 29.42x31 14-20 30.45-40 2-8 31.39-34 17-21 32.33-28 21x32 33.28x37 enzovoort. Galperin speelde met zijn centrumstrategie een goede partij. Drie jaar later wist hij met een dergelijke strategie Alexey Chizhov (Hierden) te verslaan.
Wit kan ook kiezen voor een opbouw met 19.43-38
 Opmerkelijk is dat Anikeev deze stand met zwart al in 2012 had: tegen Ilya Tokmakov. Dat was toen een zeldzame ervaring van Anikeev met de Vos-variant. Hij deed 17-22
Tijdens de voorbereiding van dit artikel ontdekte ik de recent gespeelde partij tussen Viktoriya Motrichko en Alexander Shvartsman uit Drancy Open 2023. We zien dit jaar een duidelijk Renaissance van de Vos-variant op topniveau. Het ging verder met: 19...14-20 20.34-29 18-22!?
Alexander is duidelijk klassiek opgevoed. Voor hem is 20...17-22 21.28x17 12x21 absoluut onmogelijk. Alleen 18-22! komt voor hem in aanmerking.
21.31-27 22x31 22.36x27 10-14 23.47-41
logisch als je geen 23.28-23! wil doen
23...17-21 24.41-36 7-11 Zwart voert een soortelijk plan uit als Sijbrands tegen Getmanski 25.37-31 26x37 26.42x31 21-26 27.48-43 26x37 28.32x41 11-17 29.38-32 13-18 30.43-38 9-13 31.41-37 17-21 32.39-34 14-19 33.44-39 19x30 34.29-23?!
Wit had een sterk tijdelijk offer, bekend van bijvoorbeeld een partij uit de WK-match Roel Boomstra – Alexander Shvartsman: 34.40-35! 20-24 35.29x20 15x24 36.34-29
34...18x29 35.33x35 met voordeel van zwart.
20.28x17 12x21 21.32-28 18-22 22.28x17 21x12 met gelijk spel.
19...17-22 20.28x17 12x21 21.33-28 7-11 22.39-33 14-19!
23.34-29 19x30 24.40-35 10-14 25.35x24 14-20! 26.43-39?!

Nog een stap naar verlies. Twee gaten (38 en 43) in het centrum zijn niet mooi, maar het witte centrum ziet er sterk uit en het is nu niet te zien hoe zwart deze open velden kan gebruiken. Maar de positie op het bord is zeer gevaarlijk voor Dolfing. Hij heeft de illusie dat zijn stand beter is. Daarom blijft hij op winst spelen.

Compacter is 26.42-38 Zwart kan natuurlijk overschakelen naar de verdediging via 18-22
Maar hij kan ook nog even wachten met 26...9-14 27.44-40 en 4-9 Nu is bijvoorbeeld het schijnbaar actieve 28.28-23? in werkelijkheid foutief: 8-12 29.43-39
29.33-28?? 14-19!-+ We zien nu een duidelijk nadeel van 19.31-27, omdat de olympische formatie gaat werken
29...12-17 30.23x12 17x8 31.48-43! de enige zet die een gelijkspel oplevert 14-19
zwart kan ook kiezen voor het riskante 31...2-7?! 32.36-31! 7-12 33.47-41! 12-18
32.40-35 19x30 33.35x24 9-14 34.45-40 14-19 35.40-35 19x30 36.35x24 13-19 37.24x13 8x19 en dankzij de zwakke korte vleugel van zijn tegenstander heeft zwart het initiatief.
27.27x18 13x22 28.28x17 11x22 29.47-42 enzovoort.
26...8-12 27.45-40?!
In de partij Hein Meijer – Yuriy Anikeev, Riga Open 2023, kwam via een kleine omweg ook deze stand op het bord. Meijer maakte nu met 27.28-22?? een verschrikkelijke fout: 11-17! 28.22x11 16x7 29.27x16 18-23-+ Vreemd genoeg was Dolfing niet op de hoogte van deze partij. Als hij deze partij kende, had hij deze openingsvariant waarschijnlijk niet gekozen. Theoriekennis is in dammen veel minder belangrijk dan in schaken. Maar soms, op cruciale momenten, kan theoretische kennis bepalend zijn voor wie wereldkampioen wordt…
De partijzet zal het verdere partijverloop bepalen: een combinatie naar veld 45 wordt de kern van de zwarte strategie.
Een groot probleem voor Dolfing is dat het aantal varianten en de diepte ervan enorm zijn. Alles uitrekenen is praktisch onmogelijk en het is moeilijk om te bepalen wanneer je kunt stoppen met rekenen. Op gevoel spelen kan ook niet, omdat het spel te concreet is.
Ik laat slechts één van de eindeloze varianten zien:
27.44-40 9-14 28.42-38
Kingsrow adviseert het onmenselijke 28.37-31! 26x37 29.42x31 Ik zal daar niet verder op ingaan.
28...12-17 29.48-42 4-9
29...17-22 30.28x17 11x31 31.36x27 4-9
32.47-41! 2-7
33.29-23! 18x29 34.33-28 en de schijfwinst met 29-34? 35.40x29 14-19? verliest door 36.39-34! 19x39 37.29-24 20x29 38.28-23 29x18 39.38-33 39x28 40.32x1 21x32 41.37x28+-
 En wit moet voor een dergelijke opbouw gebruikmaken van een standaardoffer: 30.29-23!
30.47-41? 18-22!
30...18x29
De slag 30...20x29 31.23x34 ziet er na 17-22 32.28x17 11x31 33.36x27 14-19 ook voordelig uit voor zwart, maar niet meer dan dat: 34.47-41 15-20 35.34-29!
31.27-22! 29-34
Het zo lang mogelijk proberen om een schijf voor te blijven, levert zwart evenmin iets op: 31...2-8 32.36-31 8-12 33.31-27 29-34 34.40x29 14-19?
Beter is 34...12-18
35.47-41? 19x30 36.28-23 17x19 37.39-34 30x28 38.32x3 21x43 39.3x49+-
32.40x29 14-19 33.29-23 20x27 34.36-31 27x36 35.28-22 17x28 36.32x3 21-27 37.3-8 13-18 38.8-35 26-31 39.37x26 27-32 40.38x27 18-22 41.27x18 16-21 42.26x17 11x13 43.35x8 2x13=
27...9-14 28.28-23
Laten we nogmaals de zet 28.42-38 bekijken. 4-10
29.39-34 Een logische zet als je de stand wil vereenvoudigen.
29.28-23 12-17 30.23x12 17x8 31.47-42 8-12 32.33-28 11-17
33.28-23?
Kingsrow garandeert dat het offer 33.40-35! 25-30 34.38-33 30x19 35.44-40 gelijk spel oplevert. Maar in een dergelijk middenspel zal een dammer nooit een schijf offeren in ruil voor spookachtige compensatie.
33...26-31 34.37x26 12-18 35.23x12 17x8 36.26x17 8-12 37.17x19 14x45 met een schijf meer voor zwart na 38.44-40 .
29.28-22 2-7!! Zwart brengt opnieuw de combinatie naar 45 in het spel.
30.39-34
Kingsrow geeft aan dat het offer 30.40-35 25-30 houdbaar is.
30...14-19 31.44-39 19x30 32.29-23 18x29 33.33x35 12-17 34.38-33 17x28 35.33x22 7-12 met voordeel van zwart.
29...12-17 30.47-42 17-22 31.28x17 11x31 32.36x27 6-11 33.44-39 14-19 34.48-43 19x30 35.29-23 18x29 36.33x35 Zwart staat nu beter. Wit moet actief optreden met 39-33 en 27-22.
28...12-17 29.23x12 17x8 30.33-28
30.42-38 4-10 31.47-42? 8-12 32.33-28 11-17!
Beter dan direct 32...26-31 33.37x19 14x45 34.39-33 20x29 35.33x24
 en volgens Kingsrow kan wit zich slechts redden met het offer 33.40-35 25-30 34.38-33 30x19 35.44-40 , een ontsnapping die een mens van vlees en bloed achter het bord waarschijnlijk niet zal vinden.
30...4-10!
31.36-31
Nog steeds maakt wit niet de beslissende fout, maar de juiste volgorde is 42-38 en pas daarna 36-31. 31.42-38! 14-19
Na 31...11-17 volgt nu 32.40-34! en na de achterloop 14-19 heeft wit de standaardmanoeuvre 33.38-33 19x30 34.37-31! 26x37 35.32x41 21x23 36.29x9
32.40-35 19x30 33.35x24 10-14 34.36-31!
14-19 en wit voert dezelfde combinatie uit als in de partij: 35.44-40 19x30 36.39-34 30x39 37.29-24 20x29 38.28-23 29x18 39.38-33 39x28 40.32x3 21x41 41.47x36 26x37 Het verschil met het partijverloop is dat de witte schijf op 40 de korte vleugel verdedigt en na
42.3-8 (in de partij is deze zet de beslissende fout) 13-18 43.8-26 heeft zwart geen winstkansen.
31...11-17!! 32.42-38?
Nu moest wit weer gebruikmaken van het open veld 9. Dat kan met 32.47-41/48-43, maar er is wel een verschil tussen beide zetten. 32.47-41 8-12 dreigt 17-22 33.28-23 En nu twee opties: 12-18
33...6-11 34.48-43?
Hier moet 34.39-34!
34...25-30 35.24x35 13-19 36.42-38 19x28 37.32x23 21x32 38.38x27 17-21 39.27-22 12-17! en wit verliest een schijf.
34.23x12 17x8 35.48-43 14-19? 36.40-34 19x30 37.32-28 21x23 38.29x9
Na 32.48-43 werkt bovenstaande niet: 8-12 33.28-23 6-11?
Juist is 33...12-18 34.23x12 17x8 35.47-41 13-18 36.42-38 2-7 37.41-36 8-13 Op het eerste gezicht heeft zwart een rampzalige stand: geen formaties en veel schijven aan de rand. Maar in werkelijkheid is de stand beter voor zwart dankzij de combinatie naar 45.
34.42-38 12-18
het offer 34...25-30? 35.24x35 13-19 is op dit moment niet goed vanwege 36.40-34! 19x28 37.32x23 21x41 38.47x36 26x37 39.23-19 14x23 40.29x7+-
35.23x12 17x8 36.38-33 14-19?? 37.29-23! 20x49 38.23x5 met winst voor wit.
32...8-12
33.28-23
Een andere methode om 17-22 tegen te gaan, is 33.39-34 14-19 34.29-23 19x50 35.40-34 50x22 36.27x9 , maar dit ziet er onduidelijk uit. Zwart kan zijn voordeel handhaven met bijvoorbeeld 17-22 37.9-4 20-24 38.4x27 24-29 39.34-30 25x34 40.48-43 29x18 41.27x13 34-40 42.13-19 40-45 43.19x5 12-17 en er volgt een lang eindspel waarin zwart een schijf meer heeft.
33...12-18 34.23x12 17x8 35.39-33
Dolfing kiest voor de overgang naar een eindspel. Tijdens de partij dacht hij dat zijn dam drie schijven kostte in plaats van vier.
In de variant
35.38-33 14-19 36.40-35 19x30 37.35x24 10-14 38.44-40 14-19 39.40-35 19x30 40.35x24 13-19 41.24x13 8x19 lijkt het dat de klaverbladopsluiting dankzij de extra schijf op 6 houdbaar moet zijn voor wit. Het probleem voor hem is echter de actieve schijven van zijn tegenstander. Bovendien staat het zwarte materiaal ideaal voor het eindspel. Bij wit is de situatie juist omgekeerd.
 Er is nu een enorm aantal varianten mogelijk. Ik zal slechts een korte spelgang laten zien: 42.39-34 20-24 43.29x20 15x24 44.34-29 2-8 45.29x20 25x14 46.33-29 14-20 47.48-43 8-13 48.43-39 13-18 49.47-42 19-23 50.39-34 6-11 51.42-38 11-17 52.38-33 17-22 en wit heeft geen zetten meer. Ik vermoed dat de diagramstand in de praktijk niet te verdedigen is voor wit.
35...14-19 36.40-35 19x30 37.35x24 10-14 38.33-28 14-19
39.44-39 19x30 40.39-34 30x39 41.29-24 20x29 42.28-23 29x18 43.38-33 39x28 44.32x3 21x41 45.47x36 26x37
46.3-8?

Inderdaad is de eerste impuls het spelen van 3-8 om de vangstelling uit de stand te halen. Ook in de analyse na afloop begonnen we telkens met deze zet. Juist is echter

46.3-14! 25-30 47.14x41 13-18
Gespeeld om te verhinderen dat wit de lijn 1-45 in handen krijgt. Na 47...30-35 48.41-23 13-19 49.23x14 35-40 50.14-28 40-45 51.28-50 2-7 52.48-43 7-12 53.43-39 redt wit het omdat hij op tijd is om zijn dam te beschermen.
48.41-28 30-35 49.28-44 18-23 50.48-43 15-20 51.36-31 23-29 52.31-27 29-34 53.27-22 Alleen een tweede dam kan wit redden. 34-40 54.44-50 40-45 55.22-18 20-25
55...2-8 56.50-17=
56.43-38!
Direct 56.18-13? verliest door 6-11! 57.50x6 45-50 58.13-9 2-7!
56...25-30 57.18-13 30-34 58.38-32! Niet haasten! 2-7 59.13-9! 6-11 60.50x6 45-50 61.9-4! 34-39 62.6x44 50x37 63.4-18! met remise. Zeer ingewikkeld.
De eerste zet na de tijdcontrolezone van 45 zetten is meteen de beslissende fout. Dolfing had een halfuur om een beslissing te nemen. Na een dergelijk spannend middenspel moet je fysiek en mentaal fit zijn om een dergelijk eindspel te verdedigen. Ik vermoed, ook gezien dat het de 17e ronde was, dat Dolfing op dit moment zeer vermoeid was.
46...13-18 47.8-19 2-7!

Dit lijkt een verzwakking. In werkelijkheid gaat zwart met schijf 11 voor een vangstelling zorgen.

48.19x41 25-30 49.36-31
Een andere poging met 49.41-28 30-34 50.28-44 om de opmars van de zwarte schijf te stoppen, mislukt vanwege 7-11! 50… 7-11! Zwart is op tijd. 51.44-49 34-39 En de ijzersterke schijf op 39 brengt de beslissing.
49...30-35?
Anikeev probeert veilig te spelen en zijn voorsprong van drie schijven te behouden. Zwart kon het zich relatief gemakkelijk maken door te kiezen voor een overzichtelijk eindspel met 49...30-34 50.41-47 34-39
51.47-29 7-11 of 18-22, maar 7-12? is foutief 52.29x12 39-44 en met twee schijven meer wint zwart dit eindspel.
50.41-47 18-23
51.31-27?
Dolfing kon met de op het eerste gezicht vreemde zet 51.47-36! veel meer problemen voor zijn tegenstander creëren. 7-11!!
De enige zet die wint. 51...35-40? 52.31-26 16-21 53.26x17 40-44 54.36-41 23-29 55.17-12 7x18 56.41-23 29-33 57.23x12 33-39 58.12-21 44-49 59.21-17=
52.31-27 23-28! 53.36-41 28-33 54.27-22 33-39 55.22-18
55.41-28 16-21 56.28x50 21-27 57.22x31 11-17 58.50x11 6x17-+
55...35-40 56.18-13 40-44 57.13-9 44-49 58.9-4 39-44 Het is belangrijk dat zwart zijn voorsprong van drie schijven weet te behouden. Vanwege de schijf op 48 heeft wit moeilijkheden om velden voor zijn twee dammen te vinden. Een mogelijk verloop is 59.41-23 44-50 60.23-45 11-17 61.4-36 49-27 62.36x11 6x17 met een overmachtseindspel voor zwart.
51...35-40 52.47-41 23-29 53.27-22 7-12 54.41-28 40-45 55.48-43 12-17 56.22x11 16x7

Wit geeft het op.
Heeft Dolfing slecht gespeeld? Ik denk het niet. De stelling die hij kreeg, was zeer verleidelijk en nodigde uit tot principieel tegenspel. Maar tegelijk was de positie verraderlijk voor hem. Wit ging naar het centrum, neutraliseerde tijdig elementaire bedreigingen, maar vond geen afdoende verweer tegen de basisdreiging: de combinatie naar veld 45. De stand bleek te ingewikkeld voor het menselijke brein.
We kunnen ook constateren dat Anikeev (een sterke positionele speler, die houdt van laveren, zie bijvoorbeeld zijn winst op het WK tegen Heusdens) heeft gezocht naar een actieve opening met zwart en die heeft gevonden in de Vos-variant.
Met wit vond hij al langer geleden een dergelijke opening: hij gebruikt daarvoor 1.35-30.